'Jachtavonturen' is misschien een te groot woord, want Samurai en dochter Yukon zijn - tot hun spijt - niet aan werkelijk jagen toegekomen. Maar het waren wel ontmoetingen waarbij hun aangeboren jachtpassie het bloed snel door hun aderen deed vloeien, en ik als hun baas in staat van paraatheid werd gebracht.
Jachtpassie: Samurai en Yukon zijn zwarte, kortharige chow chows uit een lijn waarin een flinke jachtpassie behouden is gebleven.
Chow chows zijn, zoals u vermoedelijk weet, door de FCI ingedeeld in rasgroep 5: spitsen en honden van het oertype. Ze werden vroeger in hun land van herkomst, China, gebruikt als multifunctionele honden. Zo werden ze o.a. ingezet bij de jacht op middelgrote tot grote prooidieren, of gebruikt als onomkoopbare bewaker van huis en erf of van een jonk, en ook dienden ze soms als sterke trekhond. Bij de jacht waren ze eerder mede-jagers dan jachthulpen van de mens: ze spoorden het wild op, achtervolgden het, doodden de prooi en brachten deze - tenzij al te groot - naar de baas.
Bij de huidige chows is dit jachtinstinct in sommige lijnen nog sterk aanwezig, en het is aan te raden om deze honden bij wandelingen in gebieden met wild - of met loslopende katten - aangelijnd te houden.
Ontmoetingen: de dagelijkse wandeling van Samurai en Yukon gaat meestal ook door een stuk bos en heide waar ondermeer een roedel reeën en konijnen en hazen wonen. Vaak kan ik al aan de honden merken wanneer er wild in de buurt is doordat dan met name Yukon zeer alert loopt te ruiken en te kijken. Dat geeft mij de tijd om me voor te bereiden op het moment dat ze hun prooi zien, want daar vliegen ze dan direct op volle snelheid op af. Mijn evenwicht behouden bij deze lancering van hen beiden is gemakkelijker wanneer ik de tijd heb om me even goed schrap te zetten. Windsurfers kennen die bij windvlagen noodzakelijke houding wel: voeten stevig op de plank (in het bos dus op de grond) en achterover hangen.
Dus toen Yukon aan het eind van de afgelopen zomer in het stuk bos duidelijk te kennen gaf dat er iets interessants in de buurt was en druk rondkijkend en ruikend probeerde te ontdekken, waar deze prooi zich bevond, speurde ook ik naarstig met mijn blik - mijn reukvermogen verliest het grandioos van het hunne - de omgeving af. Door de hogere positie van mijn ogen zag ik de prooi een fractie van seconde eerder dan mijn honden: een jonge ree, van een halfwas leeftijd overeenkomend met die van een menselijke teenager, die meende dat hij oud genoeg was om zelfstandig de wereld te gaan verkennen. En daar stond hij nu dus alleen, buiten zicht verwijderd van de rest van de groep, in een open stukje bos naast het pad waarop, nog geen 10 meter verderop, opeens twee honden en een mens verschenen. De jonge ree probeerde eerst voor roerloos standbeeld te spelen in de hoop dat de honden hem dan niet zouden opmerken. IJdele hoop natuurlijk, want zijn geur verraadde hem in ieder geval. Toen hij zag dat hij inderdaad opgemerkt werd door de honden koos hij de hertenvariant van het hazenpad. Mijn beide zwarte jagers startten op hetzelfde moment de achtervolging, maar inmiddels had ik de tijd gehad om me goed schrap te zetten, dus kwamen ze - tot hun grote spijt - niet ver.
Een tweede ontmoeting eind van deze zomer was nog verrassender. We liepen over het pad in het bos en Yukon gaf weer aan dat er iets interessants in de buurt was, iets heel interessants, en ze probeerde steeds weer het bos in te duiken om op onderzoek te gaan. Opeens zag ik, ongeveer op de plek van het mislukte reeënstandbeeld, een klein konijntje onze kant op komen. Het rende korte stukjes en leek dan te proberen zich te verstoppen. Een twee meter hierachter huppelde een zwart-witte kat die op mij de indruk maakte dat hij zich prima vermaakte en geen enkele haast had om deze jacht te beëindigen. De kat merkte mij en de honden op, maar liet onze aanwezigheid in eerste instantie niet zijn gedrag beïnvloeden. Deze kat woont in een huis aan de rand van het bos, en deelt dit huis behalve met mensen ook met meerdere honden. Mijn honden wisten niet wat ze zagen en stonden aanvankelijk roerloos te kijken naar dit ongelofelijke schouwspel. Het angstige konijntje kwam verder onze kant op en verstopte zich op een drie meter afstand van ons onder laag struikgewas. Konijntje niet meer zichtbaar. De kat leek te overwegen of het verstandig was om zo dicht bij mijn honden op het konijntje te springen, maar besloot bij nader inzien tegen deze actie. Na een moment draaide hij zich om en liep terug het bos in. Dat was het startsein voor mijn zwarte jagers, maar wederom stond ik inmiddels weer als in de grond verankerd, en kwam er dus van deze jacht ook niets.
Een derde ontmoeting had een wat ander karakter. Het pad door het bos leidt een eind verder naar een groot afgebakend stuk terrein waar een roedel tamme reeën wordt gehouden, a.h.w. een heel ruime hertenkamp. We lopen daar bijna dagelijks langs, en mijn honden reageren amper op deze groep reeën en omgekeerd. Toen er op een dag een fraaie grote zwarte reebok bij de roedel liep - een nieuwe aanwinst waarvan ik me afvroeg of die misschien vanuit de wilde roedel in het nabije bos vrijwillig geëmigreerd was naar deze roedel vol met aantrekkelijke vrouwen en gegarandeerde voeding - rende Yukon wel naar het hek om deze nieuweling uitgebreid in zich op te nemen. Zou ze niet alleen de grootte maar ook de kleur van dit dier opmerkelijk gevonden hebben? Nadat ze hem twee keer gezien had, was zijn aanwezigheid bekend en vroeg geen speciale aandacht meer. Echter, de ontmoeting hier waarop ik doel, was een andere. De afgelopen zomer waren er weer meerdere reekalfjes geboren in de roedel. Op een mooie nazomerdag toen we komend vanuit het bos naar de hertenkamp toeliepen lag net het merendeel van de reeën inclusief de kleintjes in het deel van het veld dichtbij het hek waar wij langs liepen. Een volwassen ree kwam naar het hek toegelopen en stampte, kijkend naar mijn honden, een paar keer met een poot op de grond. Yukon die op de nadering van de ree ook naar het hek was toegelopen, aan onze kant, deed een paar stappen achteruit bij dit assertieve gedrag van de ree, maar vond het toen wel spannend en deed een schijnuitval naar de ree: wil je spelen? Nu week de ree even, maar kwam daarna weer naar het hek om haar boodschap te herhalen. Een boodschap die voor mij glashelder was: we hebben kleintjes dus houd je afstand!
Yukon zag nog steeds de mogelijkheid van een nieuw spel, maar ik vond dat deze verdedigende houding van de ree erkenning verdiende, en riep Samurai en Yukon weg bij het hek en zo vervolgden we onze weg.
En tenslotte nog een ongewone ontmoeting in eigen tuin, ook deze nazomer. Voor het slapen gaan gingen we nog even ons gebruikelijke ommetje door de tuin maken, maar de honden gingen niet zoals gewoonlijk mee terug naar binnen. Er was iets in de tuin dat hun aandacht opeiste. Samurai en Yukon stonden beiden aan iets op de grond te ruiken. Met een zaklamp werd een kleine roerloze egel zichtbaar die, vermoedelijk tamelijk bang, daar half opgerold lag. Van de fokkers van Samurai ken ik verhalen over een voorouder van mijn honden die opgerolde egels resoluut met de bek oppakte, omhoog gooide waarna de egel zich dan in de lucht ontrolde. Bij het neerkomen van de egel pakte de chow chow de egel dan in de buik en doodde het. Voordat dit idee misschien ook in het brein van Samurai of dochter op zou komen heb ik de egel snel over het hek gezet. Daar heeft de egel, misschien voor alle zekerheid dan wel om te bekomen van de schrik, nog een half uurtje dood gespeeld (hoewel je hem/haar kon zien ademen), maar was daarna verdwenen. Gelukkig dus met de schrik vrij.
Jachtopbrengst: Samurai is als puppy haar 'jachtloopbaan' begonnen met grassprinkhaantjes, Yukon met nachtvlindertjes. Het was een erg leuk gezicht, de jonge Samurai heel geconcentreerd jagend op haar prooi in het gras en later Yukon luchtsprongetjes te zien doen 's avonds onder de lantaren. En misschien hebben ze wel een paar van deze 'prooidiertjes' te pakken gekregen en gedood. Maar hun verdere jachtopbrengst is schamel te noemen (eigenlijk nihil), en dat blijft wat mij betreft zo. Ik kan niet instaan voor het lot van eventuele katten die onze tuin zouden betreden, maar de buurtkatten lijken het risico goed te hebben ingeschat en begeven zich niet (meer) in onze tuin. Wel loopt er soms eentje langs de heg, van welk feit ik dan op de hoogte word gebracht door dat speciale jankgeluidje van mijn anders zo stille chows
.
Oktober 2008 Renske A. van der Baan