Het is de nacht van vrijdag op zaterdag, net half twee als de chows beginnen te blaffen.
Omdat de ervaring heeft geleerd dat er uitgaan beter helpt dan roepen dat zij stil moeten zijn, trek ik mijn jas aan en open de deur.
In het donker schieten 4 zwarte kortharen gevolgd door een fawn en blauwe korthaar naar buiten, de binnen tuin in.
Zelf sta ik even stil om te horen of er onbekende - / verdachten geluiden zijn, niets van dat alles behalve het geluid van een uil is het doodstil.
Dan wordt mijn aandacht getrokken door een kluwen chows, in het donker is niet meer te onderscheiden wie, wat of waar is laat staan waar de kop of staart zit.
Maar met de neuzen naar de grond dat is wel duidelijk, mijn hart slaat een slag over, nee, toch geen egel.
Gauw het buitenlicht aan en daar stond ik midden in de nacht, tussen een stel uitzinnige chows het leven van een egel te redden.
Dat is wel makkelijker gezegd dan gedaan, na een paar vergeefse pogingen om de egel op te pakken, met de handschoenen die gelukkig in mijn jaszak zaten, werd het nog een kunst om de tegen mij op springende chows niet de gelegenheid te geven om de egel uit mijn handen te pakken.
De egel in de kleine tuin gezet en terwijl ik probeerde het uitgelaten stel weer naar binnen te krijgen, maar hopen dat eventuele verwondingen meevielen.
De egel was die ochtend verdwenen van de plaats waar ik hem of haar had neergezet.
De chows daartegen waren de opwinding van de afgelopen nacht nog niet vergeten en begonnen als volleerd spoorzoekers het pad der egel opnieuw te volgen, mis dit keer.
Tineke van der Heide-Das